Rechtbank Assen 20 december 2011 (potloodventen via webcam), LJN BU9972
Het met behulp van een webcam via internet laten zien van een ontblote penis aan een slachtoffer en het zich ten overstaan van dat slachtoffer aftrekken valt onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht, nu door die handelwijze een afbeelding van de realiteit wordt weergegeven door middel van een technisch hulpmiddel. M.b.t. wetenschap omtrent leeftijd slachtoffer: Verdachte heeft contact met slachtoffer gelegd op een 18+ (webcam)-site, en hij ging er vanuit dat zij dus ouder was dan 18 jaar. Verdachte verklaart dat slachtoffer wel gezegd heeft dat zij 13 jaar was, maar dat hij dat niet geloofde omdat zij telkens een andere leeftijd noemde. Ook zou de leeftijd (van 13 jaar) van slachtoffer deel uitmaken van een rollenspel dat hij met haar speelde. De rechtbank overweegt dienaangaande dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad onder “weten dat” mede dient te worden begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat. Het bestanddeel “weten dat” is bedoeld als een omschrijving van opzet en onder opzet is het voorwaardelijk opzet begrepen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte, nu slachtoffer tegen hem gezegd heeft dat zij toen 13 jaar was, daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer nog geen 16 jaar was, en dat dus heeft geweten in de betekenis van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht. Volgt veroordeling tot 50 uren werkstraf.
Het met behulp van een webcam via internet laten zien van een ontblote penis aan een slachtoffer en het zich ten overstaan van dat slachtoffer aftrekken valt
onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht, nu door die handelwijze een afbeelding van de realiteit wordt weergegeven door middel van een technisch hulpmiddel.
M.b.t. wetenschap omtrent leeftijd slachtoffer: Verdachte heeft contact met slachtoffer gelegd op een 18+ (webcam)-site, en hij ging er vanuit dat zij dus ouder was dan 18 jaar. Verdachte verklaart dat slachtoffer wel gezegd heeft dat zij 13 jaar was, maar dat hij dat niet geloofde omdat zij telkens een andere leeftijd noemde. Ook zou de leeftijd (van 13 jaar) van slachtoffer deel uitmaken van een rollenspel dat hij met haar speelde. De rechtbank overweegt dienaangaande dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad onder “weten dat” mede dient te worden begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat. Het bestanddeel “weten dat” is bedoeld als een omschrijving van opzet en onder opzet is het voorwaardelijk opzet begrepen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte, nu slachtoffer tegen hem gezegd heeft dat zij toen 13 jaar was, daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer nog geen 16 jaar was, en dat dus heeft geweten in de betekenis van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht.
Volgt veroordeling tot 50 uren werkstraf.